foto1

Nieuws

Geloven in Arnhem

Op verkenning in de bonte wereld van geloof en levensbeschouwing in onze stad

Wie de Amsterdamseweg afdaalt in de richting van het station, ziet bij nummer 17a een intrigerend bord staan: Hersteld Apostolische Zendingkerk Stam Juda staat er met grote letters. Voor wekelijkse kerkdiensten verwijst het naar gebouw De Ark dat achter een grote witte villa nog net zichtbaar is. Al bijna twintig jaar kwam ik er langs en vroeg me regelmatig af wat ik me bij bord en gebouw moest voorstellen. Zondagmorgen 6 januari trek ik de stoute schoenen aan en ga er op bezoek..

Om me een beetje voor te bereiden heb ik het internet geraadpleegd. De familie van Apostolische kerken is daar gemakkelijk terug te vinden. Ze dateert uit het midden van de 19e eeuw en past in het verschijnsel opwekkingsbeweging dat sinds die tijd opgeld doet. Onvrede over de gevestigde (protestantse) kerken, eindtijdverlangen en fascinatie voor geestesgaven als profetie, tongentaal en gebedsgenezing deden een stroming ontstaan waarin mensen (meestal mannen) zich door de Heilige Geest geroepen voelden om voorganger te worden in de traditie van de eerste nieuwtestamentische apostelen. Ze organiseerden hun aanhang naar Bijbelse voorbeelden door hun ambten van de benaming, apostel, profeet, evangelist en dergelijke te voorzien. De beweging verspreidde zich snel over Europa, en schoot vooral wortel in Engeland en Duitsland, van waaruit ze ook ons land bereikte. Die verspreiding verliep niet zonder conflicten; de weergave van ruzies, afscheidingen en afscheidingsafsplitsingen doet denken aan de geschiedenis van het gereformeerde protestantisme..

Die roerige historie komt ook tot uiting in de naam van de Arnhemse kerkgemeenschap die ik die morgen bezoek. De HAZK blijkt zich ook in Amsterdam te bevinden maar de toevoeging ’Stam Juda’ staat híer niet voor niets.. 

Ik word vriendelijk welkom geheten en ontvang een bundel liederen van Johannes de Heer – liederen die in ons land sinds 1903 menige opwekkingsgroep hebben vergezeld. In de banken van de sober maar sfeervol ingerichte ruimte liggen ook exemplaren van de bundel Psalmen en Gezangen van de Hervormde Kerk uit 1938 en daaruit klinkt uit een twintigtal aanwezige kelen weldra het openingslied. Ondertussen komen vijf in donker pak gestoken mannen naar voren; ze knielen vooraan neer en één van hen verzorgt de opening. De liturgie die zich vervolgens afspeelt, is herkenbaar voor wie in de protestantse traditie is opgegroeid. Er wordt veel gezongen; in het verdere verloop van de viering uitsluitend uit ‘Johannes de Heer’. 

Wat opvalt, is dat de ‘dienst der gebeden’ veel tijd in beslag neemt. Daarin komen de vijf mannen één voor één aan het woord. In een eerbiedig maar nogal ouderwets vocabulaire spreken ze uit het hoofd hun zorgen en verlangens uit over geloof en leven, gezondheid en ziekte en jong en oud. Ook ons koningshuis en het volk Israël worden niet vergeten. De verkondiging daarna is kort en eenvoudig en volgt in eigen bewoordingen de tekst van het geboorteverhaal van Jezus uit het evangelie van Mattheus over de drie koningen/Wijzen uit het Oosten. Ook wij hebben geschenken ontvangen, luidt het slotbetoog: laten we daar zuinig op zijn en er zorgvuldig mee omgaan in de verwachting van de spoedige wederkomst van Christus, Maranatha! Die laatste uitroep is ook boven het liturgisch centrum aangebracht en bevestigt zo nog eens in welk deel van de Oecumene wij ons deze zondag bevinden.

Onder de koffie raak ik in een vriendelijk gesprek met enkele ambtsdragers onder wie Apostel Bosveld. Ze nemen welwillend kennis van de reden van mijn komst, mijn interesse voor wat zich in Arnhem buiten de kring van de gevestigde Oecumene aan geloof en spiritualiteit voordoet. Ze geven uitleg over de liturgie en organisatie van hun kerk, die ze zo goed mogelijk proberen aan te sluiten bij wat daarover in het Oude en Nieuwe Testament staat te lezen. ‘Roeping’ is daarbij een centraal begrip. De voorgangers zijn niet opgeleid aan een universiteit maar worden door middel van profeterende personen in een speciale Roepingsdienst door de Heilige Geest geroepen. Daarnaast zijn er ook verborgen gaven die God nog steeds gebruikt zoals bijvoorbeeld: dromen, visioenen en nachtgezichten. Deze worden bij de Apostel ingeleverd en indien er namen in vermeld worden met een ambt worden deze bij een Roepingsdienst ook gebruikt als bevestiging dat de roeping ook werkelijk de wil van God is. Dit alles vanuit het geloof dat God vanuit de hemel zelf de kerk bestuurt en door middel van profetie de mannen ‘roept’ die Hem als apostel, profeet, evangelist of als herder en leraar zullen dienen. (Naar Efeze 4:11). 

Mijn gesprekspartners tonen zich bewust van de pijnlijke kanten van de algemene christelijke en hun eigen apostolische verdeeldheid – er zijn weer voorzichtige toenaderingspogingen tot andere groepen binnen de apostolische familie. Contact met de Raad van kerken stuit op aarzeling: de apostel betuigt zijn steun aan ‘de Bijbel van kaft tot kaft’ en is bang dat dat uitgangspunt niet door alle leden van de Raad wordt gedeeld. Mogelijke meningsverschillen zouden zich ook kunnen voordoen op praktisch terrein - de ‘vrouw in het ambt’ of het homohuwelijk..

Misschien is het voor deze in meerdere opzichten bescheiden kerkgemeenschap, met leden uit de verre omgeving van Arnhem, ook beter om eerst binnen de ‘apostolische familie’ verder aan oecumenische toenadering te werken, denk en zeg ik bij het afscheid.

Kees Tinga

Copyright © 2019, RvkArnhem